De geschiedenis van het digitale opleiden in een persoonlijke notendop

Het is 26 februari 1986. Ik lever mijn tentamenbriefjes in om kort daarop te kunnen afstuderen. In het gebouw van de universiteit staat een televisie. Evert van Benthem schaatst de Elfstedentocht. Hij schrijft schaatshistorie en wint.

Kort daarvoor heb ik voor mezelf een besluit genomen, ook een beetje historisch.

Sinds een paar maanden staan er in een kamertje op de vakgroep twee bijzondere apparaten: PC’s, personal computers van IBM. Niemand weet eigenlijk wat je daarmee moet. Een paar studenten zijn voortrekker en werken daarop aan werkstukken en scripties.

Af en toe klinken de bekende kreten als de computer niet doet wat je wilt – ook toen al. Andere studenten en docenten kijken nieuwsgierig en uit hun ooghoeken mee. Wat gebeurt hier eigenlijk?

Ik krijg de vraag of ik na mijn afstuderen “iets met die computers wil gaan doen”. Na enig nadenken zeg ik ja.
Ik ga aan de slag bij Computer & Letteren aan de Universiteit van Utrecht met het ontwikkelen van computer-based training. E-learning zeggen we nu.

Ik doe dat met TAIGA – Twente Advanced Interactive Graphic Authoring System. De universiteit Twente liep ook toen voorop. TAIGA was een auteurssysteem waarmee je e-learning kon maken. Innovatief was dat je met visuele blokjes je e-learning programmeerde. Er waren blokjes voor informatie presenteren, registreren, verschillende vraagtypen, enz. Door die aan elkaar te knopen maakte je de e-learning. De handleiding was een plastic multomap, een helpfile bestond nog niet.

Ik werkte eerst op een Olivetti. In de ene diskdrive ging de floppy met het programma. In de andere ging de floppy met je data. Oppassen dat die floppy’s niet buigen! Goed opletten dat je een back-up maakt!

Daarna ging het snel. Er kwamen PC’s met een harde schijf (10 Mb maar liefst!) en het beeldscherm werd vervangen door een kleurenscherm. Na mijn overstap naar het bedrijfsleven deden we een project met een beeldplaat. Een soort grote CD van LP-formaat waarop interactief lesmateriaal met video stond. Apple kwam natuurlijk met mooie producten zoals Hypercard en Hypertext (tekst niet lineair aangeboden maar klikbaar naar behoefte). Philips kwam met de CD-I (interactieve CD). Enz. enz.

Door al die technologische ontwikkelingen begon de belangstelling voor e-learning en leren met de computer af te nemen. Er waren voortdurend grote investeringen nodig om mee te gaan met weer een nieuwe technologie. De onderhoudbaarheid was een probleem, net als de uitwisselbaarheid over de verschillende computersystemen heen.

Nu, anno 2020, is de situatie helemaal anders. Er zijn allerlei standaarden waardoor je opleidingsmaterialen goed uitwisselbaar zijn, toekomstbestendig, en op verschillende computersystemen kunnen worden gebruikt. Er is nu een volwassen, “mature”, basis. Daarnaast zijn er natuurlijk ook nu weer tal van nieuwe technieken die nog vorm moeten krijgen, zich moeten bewijzen.

Ik vind het spannend om te zien hoe oude ideeën opnieuw tot leven komen. Eind jaren ’80 hadden we bijvoorbeeld al het idee van een “snuffelomgeving”, een digitale omgeving waarin je een cursist zelf op verkenning laat gaan. Dat kan nu met Virtual Reality en de Hololens, maar veel beter en overtuigender dan we toen ooit gedacht hadden.

Ook de argumenten om digitaal te gaan trainen zijn voor een groot deel dezelfde als toen. Het kan individueel; in je eigen tempo; op ieder moment en iedere plaats; geen reizen nodig; je kunt herhalen zolang als nodig is; enz. Nieuw is denk ik het belang van de aantoonbaarheid van opleiden en kennisniveaus.

Wij, als opleiders en trainers, staan opnieuw voor de uitdaging die ik in 1986 had. Hoe gaan we die technologie inzetten voor tevreden cursisten? Hoe doen we dat onderhoudbaar, betaalbaar, succesvol op de lange termijn? Hoe integreren we die technologie in bestaande opleidingen en werkwijzen – wat houden we en wat gaan we anders doen?

Onze uitdaging is spannender dan toen. De technieken zijn nu veel meer volwassen. Maar het zijn er ook veel meer. Goed kiezen voor de toekomst is daarom extra belangrijk.

Met veel enthousiasme presenteer ik daarom onze nieuwe online training Expert Digitale Bedrijfsopleidingen.

In deze nieuwe en unieke training gaan we onze kennis over de nieuwe mogelijkheden van digitaal opleiden delen met opleiders, trainers en vakspecialisten. Zodat zij zelf expert worden in dit vak, de juiste technologie kunnen kiezen en kunnen inzetten.

We gaan de training vanaf augustus ontwikkelen en opnemen. De modules komen vanaf september in een aantal weken beschikbaar.

Maar je kunt hem nu al bestellen. Omdat we hem nog moeten opnemen en je hem stapsgewijs krijgt, geven we een korting van maar liefst 70%.  Deze pre-order-korting is uitsluitend geldig tot 17 augustus. Daarna geldt de normale prijs.

Kijk voor meer informatie op Expert Digitale Bedrijfsopleidingen

Voor mij herleeft het enthousiasme en de opwinding die ik in 1986 voelde. Alleen die Elfstedentocht, ik denk dat ik daar nog even op moet wachten.

Geschreven door

Peter van Bart
p.vanbart@eluxis.com
053-4803040

Peter van Bart

Gerelateerd

2020-07-08T10:21:27+00:00
Go to Top