Kennismaken

Full-service bureau voor kennismanagement in de technische sector

Full-service bureau voor kennismanagement in de technische sector

Hoe ga je dezelfde taal spreken in je bedrijf?

In de afgelopen kennisupdates heb ik een van de grootste problemen in bedrijven besproken.

“We spreken elkaars taal niet, we hebben geen gemeenschappelijke vocabulaire. Daardoor werken we niet goed samen.”

Om dit probleem aan te pakken heb ik twee inzichten met je gedeeld. Het eerste was dat er aan ieder woord een heel wereldbeeld hangt. Het tweede was dat je om taal te begrijpen naar de gebruikssituaties moet kijken.

Ik wil nu nog een derde inzicht met je delen.

Het volgende idee ligt erg voor de hand: “Oké, ik snap dat de betekenis van een woord in het gebruik zit. Dan beschrijven we de gemeenschappelijke kenmerken uit die gebruikssituaties en leggen die vast. Dan hebben we de betekenis te pakken.”

Maar zo werkt taal niet! Het beroemde bewijs van Wittgenstein hiervoor loopt als volgt.

Waarom is het lastig om één definitie te geven?

Weet je wat een spel is? Makkelijke vraag, lijkt het. Monopoly, dammen kwartetten, Triviant, dat zijn spellen. Ook voetbal, handbal, tafeltennis. O ja, ook een Toneelspel, niet vergeten! Zo kom je op bordspellen, kinderspelen, buitenspelen noem maar op.

Is er nu één uniek kenmerk voor alle spelen? Of misschien een groepje kenmerken? Nee, dat ga je niet vinden!

Wat is dan wel kenmerkend?

Tussen alle situaties waarin je het woord spel gebruikt, is er een familiegelijkenis. In families zie je bepaalde kenmerken terugkomen, zoals kinnen, oren, ogen, neuzen. Maar niet iedereen in een familie heeft dezelfde kin, ogen, oren of neus enz. Teken voor je zelf maar eens een familie uit en kijk naar de kenmerken bij de verschillende personen. Piet heeft dezelfde neus en kin als oom Karel. Oom Karel heeft dezelfde oren als zijn vader Kees. Bij die vader zie je weer de ogen van Piet. Zo lijken ze allemaal op elkaar, zonder dat ze allemaal één uniek kenmerk of set van kenmerken hebben. Er is een netwerk van overeenkomsten.

Het woord spel gebruiken we net zo. Spel is een familienaam voor allerlei gebruikssituaties waarin je een patroon van kenmerken ziet zonder dat hetzelfde kenmerk steeds weer aanwezig is. Kenmerken zijn bijv. “bord”, “dobbelsteen”, “meerdere spelers”, “bal”. Dit netwerk van kenmerken, die familiegelijkenis, verbindt ze.

Als ik dit bespreek, kijken mensen me vaak eerst glazig aan “Nou, is dat echt wel zo?”. “Spelletjes speel je toch altijd samen?” Nee, want Patience doe je alleen. “O ja, maar een spel is wel altijd leuk! Dat is het kenmerk”. Triomfantelijke blik daarbij: ik heb je.

Nu zijn niet alle spelletjes leuk, ‘Mens erger je niet’ heet niet voor niets zo 😉. Maar de echte weerlegging is natuurlijk dat er heel veel leuk is dat geen spel is. Een wandeling, een film, een boek, dat kan allemaal leuk zijn maar dat is geen spel. Leuk is geen uniek onderscheidend kenmerk.

Dan komt vaak de tweede reactie. “Ja, daar zit wel wat in. Maar in ons vak geldt dat niet.” “Wij, in de techniek (of een ander vak) maken duidelijke definities, duidelijke specificaties en requirements.”

Klopt dat? Of verschuiven die strakke definities het probleem vaak alleen een stukje, naar de termen waarin de definitie is opgesteld? Kijk zelf even naar alle discussies met klanten en tussen collega’s in je organisatie en beantwoord deze vraag zelf maar eens.

Een recent praktijkvoorbeeld over definities

Blended learning is een bekend begrip in de onderwijskunde en trainingswereld.

Volgens de nieuwe norm S6000T is blended learning: “ … an approach that combines face-to-face classroom approaches with technology-delivered instructions that can be delivered either in a resident or non-resident environment to form an integrated instructional approach.”

Duidelijke definitie. Maar ik verzeker je, zet een groepje specialisten bij elkaar en we praten de hele ochtend door hierover, zonder resultaat. Wat is integrated? Wat is technology-delivered? Als je e-learning en individuele coaching combineert, is dat dan ook blended? Als je een digitaal whiteboard gebruikt in een klassikale les, is dat dan ook al blended learning? Enz.

Hoe ga je ermee om dat er niet één allesomvattende definitie is?

De juiste aanpak om hieruit te stappen is het toepassen van het begrip familiegelijkenis. In verschillende vormen van training zie je allerlei kenmerken. Persoonlijke trainer j/n, gebruik van technologie in meer of mindere mate, presenteren, oefenen, thuis, op het werk enz. Dat netwerk van kenmerken maakt van alle trainingsvormen een familie met overeenkomsten en verschillen die meer of minder blended zijn.

Zit je bij een discussie over termen die vastloopt, kijk dan of je met een familie van kenmerken te maken hebt. Spreek dan het verlossende woord: familiegelijkenis! Stop het zoeken naar de unieke set van kenmerken en ga samen op zoek naar de familiekenmerken.

Tijdig stoppen van zo’n discussie bespaart je duizenden euro’s aan zinloze uren discussie. Die tip voor besparing had ik je beloofd.

Wil je verder aan de slag met het communiceren en helder uitleggen van lastige begrippen en werkwijzen in je je organisatie? Bijvoorbeeld van dit soort “familiegelijkenissen”? Zodat je medewerkers en klanten niet vastlopen in werkwijzen en producten die ze niet goed begrijpen? Dan maak ik graag een afspraak met je om te bespreken hoe we je daarbij kunnen helpen.

Groeten!

Peter van Bart

PS:
Het inzicht dat taal werkt met familiegelijkenissen vind je in Ludwig Wittgenstein’s Philosophical Investigations. Het is een absolute aanrader voor wie zelf wil leren nadenken over taal, betekenis en communicatie.

Pagina delen

Geschreven door

Peter van Bart
p.vanbart@eluxis.com
053-4803040

Peter van Bart

Gerelateerd

2021-04-14T17:41:45+02:00
Ga naar de bovenkant